Nabeschouwing NHSB-competitie seizoen 2025-2026
Door Fred van der Meijden
Ons derde team, ingedeeld in klasse 3C, speelde op 20-3-2026 zijn laatste wedstrijd.
In de 3e klasse bestond elke groep uit 6 teams, dus helaas maar 5 wedstrijden. Na de verdiende, maar
geflatteerde, nederlaag in de 1e ronde tegen favoriet Assendelft, won het 3e team van Volendam 2,
Purmerend 3 en Vredeburg 3. Vooral de overwinning op Volendam was sterk. Volendam had op zijn
beurt weer van Assendelft gewonnen.
Na 4 ronden, stonden Assendelft 1, Volendam 2 en Krommenie 3 met 6 matchpunten bovenaan. Maar de
kans op een kampioenschap was voor ons zeer klein, zeg maar bijna nihil. Immers het aantal bordpunten
was ruim in het voordeel van Assendelft en Volendam. Bovendien moesten zowel Assendelft als
Volendam alleen nog tegen de twee “zwakste” teams spelen en wij tegen het sterke ’t Saense Paard 4.
‘t Saense Paard had 2 matchpunten minder en stond op de 4e plaats.
Op 19-3-2026 had Assendelft met 5,5-0,5 gewonnen van Purmerend. Ons 3e was uitgeschakeld voor de
titel en Volendam moest met 6-0 winnen om in match- en bordpunten gelijk te eindigen met Assendelft.
In dat geval zou Volendam kampioen worden (uitslag onderling duel).
Volendam won met grote cijfers (5,5-0,5), maar kwam een half bordpunt te kort en werd zo dus knap
tweede! Ons 3e team moest helaas aantreden met maar liefst 3 invallers. Jan Schol (bord 1), David
Martinez (bord 2) en Roel Boesenkool (bord 4) ontbraken helaas.
Het werd een ontluisterende 6-0 nederlaag. Hierdoor passeerde het sterke Zaanse team (rating 1800) ons
3e team (rating 1640) op de ranglijst. Nu hoorde ik laatst iemand zeggen dat het ook zonder invallers
hooguit 3-3 zou zijn geworden, maar dat kun je natuurlijk op die manier nooit stellen. Co Adriaanse,
voormalig voetbaltrainer/coach, zei ooit tegen een journalist, dat is “scorebord journalistiek”. Immers,
naast het feit dat je met invallers speelt, moet iedereen aan een hoger bord plaatsnemen met een in theorie
sterkere tegenstander. Als voorbeeld noem ik Piet Kerssens. Piet speelt normaal aan het 5 e bord en had
een geweldige score van 3 uit 4. Nu nam hij plaats aan het 1e bord, speelde tegen een speler met een rating
van 1882 en verloor. Stel dat hij aan 5e bord had plaatsgenomen en had gewonnen, dan had Piet een score
van 4 uit 5 (80%), hiermee zou hij dit seizoen de winnaar zijn van de Kees Takken Beker! Maar met
“stel” en “als” kom je er niet. Topscoorder in dit team is Jan Schol met 3,5 uit 4 en ook met zijn twee
invalbeurten in ons 2e team, is Jan dit seizoen ongeslagen gebleven!
Van ons eerste team heeft teamleider Simon Groot een verslag gemaakt.
Zie het artikel van 3-4-2026 “Terugblik seizoen eerste team”.
Het 4e team (viertal) speelde met drie andere teams in deze competitie een dubbele ronde, dus in totaal 6
partijen. Op de laatste speeldag (31-3-2026) moest het aantreden in Santpoort tegen de gelijknamige club.
Helaas werd er met 2,5-1,5 verloren. Hierdoor kwam Sanpoort in matchpunten gelijk met ons 4e team.
Wij werden echter op bordpunten tweede in de eindstand. De teams ontliepen elkaar niet zoveel. Ons
team speelde tweemaal gelijk, verloor tweemaal en won tweemaal. Dus een totaalscore van 50%.
Topscoorders waren hier Piet Borgdorff met 3 uit 5 en Paul Sinterniklaas met 3,5 uit 6. Goed gedaan
mannen!
Dan ons tweede team, dat het kampioenschap niet meer in eigen hand heeft, maar de kans is er nog
steeds!
De stand met de nog 1 ronde te gaan:
- Aartswoud met 10 matchpunten
- Krommenie met 9 matchpunten
- Volendam met 8 matchpunten.
Op de laatste speeldag (10-4-2026) moest Aartswoud de uitwedstrijd tegen het sterke ’t Saense Paard
spelen en wij moesten eveneens een moeilijke uitwedstrijd spelen tegen KTV in Enkhuizen.
KTV had tegen Aartswoud en ’t Saense Paard 3-3 gespeeld en had tot nog toe alleen van Volendam
verloren. De gemiddelde rating van KTV bedraagt 1913 en van ons 1847. Oppassen geblazen!
Wim Bouwen aan bord 1 speelde verdienstelijk tegen de sterke Tom Balla (rating 2054), maar moest
tenslotte toch het punt aan Tom Balla laten. Ruud Schavemaker aan bord 3 verloor eveneens van Vasco
Metten (rating 1862) En Martin (bord 4), André (bord 5) en ondergetekende (bord 6) moesten helaas in
een remise berusten. Op mijn eigen remise rust een smetje, want ik had moeten winnen. Echter in
tijdnood, ikzelf had nog maar 3 minuten en mijn jonge tegenstander had aanzienlijk meer tijd, stelde ik
remise voor. Aan bord 2 speelde de onnavolgbare Erik Breedveld. Eric weet in een slechtere stelling altijd
weer zijn tegenstander een loer te draaien. Ook nu weer, Erik won als enige zijn partij! Met een
totaalscore van 5 uit 7 is Erik onze topscoorder en ik persoonlijk vind dan ook dat Erik als individu
mag/moet promoveren naar de 1 e klasse. De eindstand was 3,5-2,5 voor KTV. KTV kwam hiermee in
match- en bordpunten gelijk met ons, echter door ons verlies tegen KTV werden wij uiteindelijk vierde.
En Aartswoud? Nou, ’t Saense Paard deed zijn sportieve plicht en won met 3,5-2,5. Omdat Volendam
zijn laatste wedstijd met 4-2 won, kwam Volendam op gelijke hoogte met Aartswoud. Volendam had
echter 1 bordpunt meer en dus werd Volendam, in mijn ogen, zeer verdiend kampioen. Uiteindelijk dus
typisch een gevalletje van twee honden vechten om een been en de derde gaat er mee heen!
Onderstaand het eindspel dat ik, zeker met meer tijd, had moeten winnen.
Wit: Tian Harmsen (KTV) Zwart: Fred van der Meijden
Stand na de 55 e zet van Wit:
Persoonlijk vind ik dat deze stelling voor zwart gewonnen staat. Waar baseer ik dat op? Wel het witte paard heeft nauwelijks velden. Zwart moet alleen oppassen, dat het Paard niet via f7 op h8 kan komen, omdat anders de pion op g6 valt. Bovendien heeft zwart een zwarte loper en staan alle witte pionnen op een zwart veld. Naar mijn mening is verlies van de witte pion op e3 direct voor wit verloren. Om die reden kan wit voorlopig niet de stelling binnen dringen, omdat Kd4 faalt op Lb6+ en de pion op e3 gaat verloren. Het witte paard naar f6 is niet erg voor zwart, omdat je de loper eventueel ruilt tegen het paard met pionwinst. Ik had de bewuste avond wat moeite met mijn concentratie en dat is tevens de reden dat ik in tijdnood kwam. Met nog maar 3,5 minuut op de klok speelde ik snel 55……a4? Ik zette de boel vast om niet door tijdnood te verliezen, want nu was er geen doorkomen meer aan. Maar dat gold ook voor zwart. Typisch een gevalletje van niet willen verliezen, maar hiermee verspeel je ook de kans om te winnen. Wij speelden elk nog 3 zetten en met nog 3 minuten bedenktijd stelde ik op de 58e zet remise voor, hetgeen mijn tegenstander accepteerde. Ik had natuurlijk 55…..Lb6 moeten spelen, maar ook axb4 was goed geweest. 56 Kd2 (op 56 bxa5 volgt 56 Lxa5 57 Kb3 Ld2 en wit verliest. Op 57 Kc2 volgt 57 Lb6 58 Kd2 Lc5 enz.)56……axb4 57 axb4 Lc7 58 Kc2 (of Kc3) 58 Ld6 59 Kc3 Lf8 60 Kb3 (op Pg8 volgt Lg7 enz.) Lxh6 (nog beter is Lg7, de witte Koning ontneem je dan de zwarte velden en je kunt de zwarte Koning dan via de velden e7 en f8 spelen en je wint tempo) 61 gxh6 Kf7 62 Kc3 Kg8 63 Kd4 Kh7 (Nu kan wit kiezen voor Ke5, Kd5 of Kc5, maar zowel Ke5 of Kd5 sla ik op h6 en win.) 64 Kc5 Nu kan ik niet slaan op h6, want dan volgt Kxb5 en zowel mijn g-pion en de b-pion van wit promoveren met waarschijnlijk remise tot gevolg!) Dus moet ik spelen 64 … g5! Nu moet wit wel slaan, omdat anders de zwarte g pion eerder promoveert. 65 fxg5 f4! 66. e3xf4 66 e3! Zwart promoveert en ondanks de pionnen overmacht van wit, gaat zwart dit eindspel winnen. Vraag blijft, had ik deze varianten in tijdnood kunnen spelen? Ik denk eigenlijk van niet, omdat mijn concentratie deels ontbrak en tenslotte de zenuwen de overhand kregen.
Tja, de leeftijd hè.